Naar hoofdinhoud
1. Behoudens het bepaalde in dit artikel vormt geen enkele bepaling in deze overeenkomst voor de EG of voor de overeenkomstsluitende OZA-staten, individueel of gezamenlijk, een beletsel om in overeenstemming met de desbetreffende WTO-overeenkomsten antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen in te stellen. Voor de toepassing van dit artikel wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen. 2. Alvorens definitieve antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen in te stellen ten aanzien van uit een OZA-staat ingevoerde producten, overweegt de EG de mogelijkheid van constructieve oplossingen als bedoeld in de desbetreffende WTO-overeenkomsten. 3. Wanneer een regionale autoriteit namens twee of meer overeenkomstsluitende OZA-staten een antidumpingmaatregel of een compenserende maatregel heeft ingesteld, is er slechts één instantie voor rechterlijke toetsing, ook in het stadium van de hogere voorziening. 4. Wanneer een antidumpingmaatregel of een compenserende maatregel zowel op regionaal of subregionaal niveau als op nationaal niveau kan worden ingesteld, zorgen de partijen ervoor dat die maatregel ten aanzien van hetzelfde product niet tegelijkertijd door regionale of subregionale autoriteiten, enerzijds, en nationale autoriteiten, anderzijds, wordt toegepast. 5. De EG stelt de overeenkomstsluitende OZA-staten van uitvoer in kennis van de ontvangst van een naar behoren gestaafde klacht voordat zij een onderzoek opent. 6. Dit artikel is van toepassing op alle onderzoeken die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden geopend. 7. De bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting zijn niet van toepassing op dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel