**1.** Om de doelstellingen van de samenwerking op het gebied van de zeevisserij binnen de omschreven beginselen te bereiken, heeft de samenwerking betrekking op visserijbeheer en instandhouding van visbestanden, schepenbeheer en regelingen voor de behandeling na de vangst, financiële en handelsmaatregelen en ontwikkeling van de visserij, van visserijproducten en van de mariene aquicultuur.
**2.** De EG zal bijdragen aan de mobilisatie van de middelen voor de tenuitvoerlegging van de genoemde samenwerkingsgebieden op nationaal en regionaal niveau; dit betreft ook steun voor regionale capaciteitsopbouw. Verder draagt de EG bij aan de maatregelen die zijn beschreven in de afdeling over financiële en handelsmaatregelen en aan die betreffende de ontwikkeling van speciale infrastructuur voor de visserij en de mariene aquicultuur.
Bij de vaststelling van de hoogte van een duurzame vangst, van de visserijcapaciteit en van andere beheersstrategieën worden de nodige voorzorgen genomen om onwenselijke gevolgen zoals overcapaciteit en overbevissing en ook onwenselijke effecten voor ecosystemen of de ambachtelijke visserij te vermijden of tegen te gaan.
Elke OZA-staat kan passende maatregelen nemen, waaronder beperkingen ten aanzien van het visseizoen en het vistuig, teneinde zijn territoriale wateren verder te beschermen en de duurzaamheid van de ambachtelijke en de kustvisserij te waarborgen.
De partijen zullen de toetreding van alle betrokken staten tot de Indian Ocean Tuna Commission (IOTC) en andere relevante visserijorganisaties bevorderen. Deze landen coördineren, samen met de EG, acties om te zorgen voor het beheer en de instandhouding van alle vissoorten, met inbegrip van tonijn en tonijnachtigen, en om wetenschappelijk onderzoek ter zake te bevorderen.
Wanneer de bevoegde nationale beheersautoriteiten niet over voldoende wetenschappelijk bewijs beschikken om grenzen en streefwaarden voor de duurzame vangst in de exclusieve economische zone van een OZA-staat vast te stellen, verlenen beide partijen in overleg met de bevoegde nationale autoriteiten en samen met de IOTC en, indien relevant, andere regionale visserijorganisaties steun bij de wetenschappelijke analyse.
De partijen komen overeen passende maatregelen te nemen wanneer een toename van de visserijinspanningen leidt tot vangstniveaus die boven de door de bevoegde nationale autoriteiten vastgestelde streefwaarde voor duurzaamheid liggen.
Om grensoverschrijdende visbestanden en visbestanden met een sterk trekgedrag in stand te houden en te beheren, zorgen de EG en de staten in de OZA-regio ervoor dat schepen die hun vlag voeren de nationale, regionale en subregionale maatregelen voor het beheer van de visbestanden en de verwante nationale wet- en regelgeving naleven.
De regelingen van de IOTC en andere relevante regionale visserijorganisaties inzake de behandeling na de vangst en het schepenbeheer worden in acht genomen. De OZA-staten en de EG stellen minimumnormen vast voor het toezicht op en de controle en bewaking van vissersschepen uit de EG die in de wateren van de OZA-staten opereren; dit betreft onder meer het volgende:
er wordt een systeem voor het toezicht op schepen (VMS) opgezet voor de staten in de OZA-regio en alle OZA-staten zullen een onderling compatibel systeem gebruiken. OZA-staten zonder VMS krijgen hulp van de EG bij het opzetten van een compatibel VMS;
behalve een verplicht compatibel VMS ontwikkelen alle staten in de OZA-regio samen met de EG andere mechanismen voor een doeltreffend toezicht en een doeltreffende controle en bewaking; de EG ondersteunt de OZA-staten bij de invoering van een overeengekomen systeem en helpt bij de tenuitvoerlegging ervan;
de partijen hebben het recht waarnemers in de nationale of internationale wateren te stationeren wanneer er goede procedures voor het inzetten van waarnemers zijn uitgewerkt. De waarnemers worden betaald door de nationale regeringen, maar alle kosten aan boord komen voor rekening van de reder. De EG draagt bij in de kosten voor de opleiding van waarnemers;
er worden gemeenschappelijke systemen voor de rapportering van visserij ontwikkeld, die in de gehele regio worden gebruikt; ook worden er minimumvoorwaarden voor de rapportering vastgesteld;
alle schepen die hun vangst in een staat in de OZA-regio aanlanden of overladen, doen dit in een haven of buitenhaven. Overlading op zee is niet toegestaan, behalve onder speciale voorwaarden zoals voorzien door de desbetreffende regionale organisatie voor visserijbeheer (RFMO). De partijen werken samen bij de modernisering van de aanlandings- of overladingsinfrastructuur, waaronder de capaciteit voor de ontwikkeling van visserijproducten, in de havens van de OZA-staten;
alle schepen streven ernaar gebruik te maken van de faciliteiten van de OZA-staten en zich ter plaatse te bevoorraden;
teruggooi wordt verplicht gerapporteerd. Er wordt prioriteit gegeven aan het vermijden van teruggooi door het gebruik van selectieve vismethoden in overeenstemming met de beginselen van de IOTC en andere relevante regionale visserijorganisaties. Voor zover mogelijk wordt bijvangst aan land gebracht.
De partijen komen overeen samen te werken bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale en regionale opleidingsprogramma's voor onderdanen van de OZA-staten zodat deze doeltreffend werkzaam kunnen zijn in de visserijindustrie. Wanneer de EG bilaterale visserijovereenkomsten sluit, wordt de indienstneming van onderdanen van de OZA-staten aangemoedigd. De verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) inzake fundamentele beginselen en rechten op het werk is van rechtswege van toepassing op zeelieden die op schepen uit de Gemeenschap aanmonsteren.
De partijen coördineren hun inspanningen ter verbetering van de middelen om IUU-visserij te voorkomen, te ontmoedigen en uit te roeien, en nemen hiertoe passende maatregelen. Vissersschepen die bij IUU-visserij betrokken zijn, worden vervolgd en krijgen geen toestemming meer om in OZA-wateren te vissen, tenzij vooraf een vergunning is verkregen van zowel de vlaggenstaat als de betrokken OZA-staten en, indien relevant, de betrokken RFMO.
De partijen verbinden zich ertoe samen te werken bij de bevordering van de oprichting van joint ventures voor visserijactiviteiten, visverwerking, havendiensten, vergroting van de productiecapaciteit, verbetering van het concurrentievermogen van de visserij en van aanverwante industrieën en diensten, verdere verwerking, ontwikkeling en verbetering van havenfaciliteiten, diversificatie van de visserij tot andere vissoorten dan tonijn die onderbevist of niet bevist worden.
HOOFDSTUK III › TITEL II
Artikel 32
Samenwerkingsgebieden
Onderdeel van Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds· Internationaal publiekrecht