Naar hoofdinhoud
1. Het EPO-comité wordt in kennis gesteld van elk verzoek van een derde staat om toe te treden tot de EU. Tijdens de onderhandelingen tussen de EU en de staat die het verzoek heeft ingediend, verstrekt de EG de OZA-staten alle relevante informatie en stellen de OZA-staten de EG in kennis van hun problemen, zodat deze daar ten volle rekening mee kan houden. De OZA-staten worden door de EG in kennis gesteld van elke toetreding tot de EU. 2. Elke nieuwe lidstaat van de EU wordt vanaf de datum van zijn toetreding partij bij deze overeenkomst door middel van een daartoe strekkende clausule in de akte van toetreding. Indien de akte van toetreding tot de EU niet voorziet in een automatische toetreding tot deze overeenkomst, treedt de betrokken EU-lidstaat toe door nederlegging van een akte van toetreding bij de twee depositarissen, die hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doen toekomen aan de OZA-staten. 3. De partijen onderzoeken de gevolgen van de toetreding van nieuwe EU-lidstaten voor deze overeenkomst. Het EPO-comité kan de nodige overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel