Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 39

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2016

1. De partijen komen overeen de wetenschappelijke en technologische samenwerking te versterken op gebieden van wederzijds belang, waaronder industrie, energie, vervoer, milieu, meer in het bijzonder klimaatverandering en beheer van natuurlijke hulpbronnen (zoals visserij, bosbouw en plattelandsontwikkeling), landbouw en voedselzekerheid, biotechnologieën en menselijke en dierlijke gezondheid, waarbij zij rekening houden met hun respectieve beleids- en samenwerkingsprogramma's. 2. Deze samenwerking is onder meer gericht op: uitwisseling van informatie en kennis over wetenschap en technologie, in het bijzonder over de uitvoering van beleidsvormen en programma's; bevordering van duurzame betrekkingen en onderzoekspartnerschappen tussen wetenschapsbeoefenaren, onderzoekscentra, universiteiten en bedrijfstakken; bevordering van de ontwikkeling van het menselijk potentieel op het gebied van wetenschap en technologie; versterking van de toepassing van wetenschappelijk en technologisch onderzoek voor de bevordering van duurzame ontwikkeling en een betere levenskwaliteit. 3. De samenwerking neemt de volgende vormen aan: gezamenlijke projecten en programma's op het gebied van onderzoek en ontwikkeling; uitwisseling van informatie, kennis en ervaringen door gezamenlijk opzetten van wetenschappelijke seminars en workshops, vergaderingen, symposia en conferenties; opleiding en uitwisseling van wetenschappers en jonge onderzoekers via internationale mobiliteitsregelingen en uitwisselingsprogramma's, waardoor resultaten van onderzoek, studie en beste werkwijzen optimaal worden verspreid; andere vormen als onderling door de partijen overeengekomen. 4. In het kader van deze samenwerking stimuleren de partijen de deelname van hun instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, met name het midden- en kleinbedrijf. Deze samenwerkingsactiviteiten moeten worden gebaseerd op de beginselen van wederkerigheid, eerlijke behandeling en wederzijds voordeel en de intellectuele eigendom moet adequaat worden beschermd. 5. Specifieke prioriteiten voor de samenwerking worden onder meer aan de volgende gebieden toegekend: bevordering en facilitering van de toegang tot aangewezen onderzoeksfaciliteiten voor de uitwisseling en opleiding van onderzoekers; aanmoediging van de integratie van onderzoek en ontwikkeling in investeringen en de officiële programma's/projecten voor ontwikkelingshulp. 6. De partijen streven er binnen hun mogelijkheden naar financiële middelen in te zetten voor steun aan de tenuitvoerlegging van de wetenschappelijke en technologische samenwerkingsactiviteiten volgens deze overeenkomst. 7. De partijen stellen alles in het werk om het publiek beter bewust te maken van de mogelijkheden die de programma's voor wetenschappelijke en technologische samenwerking bieden.

Rechtspraak bij dit artikel