Naar hoofdinhoud
1. De bevoegdheden van de begeleiders zijn beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van terzake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt. 2. Begeleiders houden zich te allen tijde aan de wetgeving van de aangezochte Partij. 3. Begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een begeleidingsvergunning, een machtiging tot overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs. 4. De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als de eigen ter zake bevoegde ambtenaren.

Rechtspraak bij dit artikel