Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat minimaal drie (3) werkdagen voor de geplande overdracht in kennis van haar voornemen daartoe over te gaan. 2. Indien de verzoekende Staat de over te nemen persoon niet binnen de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst genoemde termijn van drie (3) maanden kan overdragen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat daarvan onverwijld in kennis. Zodra de feitelijke overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat overeenkomstig de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst bedoelde procedure en termijnen daarvan op de hoogte. 3. Indien medische redenen vervoer over de weg of over zee rechtvaardigen, maakt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat daarvan melding op het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel