Naar hoofdinhoud
1. Indien de verzoekende Staat ondersteuning van een specifieke doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Staat noodzakelijk acht, geeft hij dit aan in het formulier dat als bijlage 7 aan de Overeenkomst is gehecht. De bevoegde autoriteiten treden zo nodig met elkaar in overleg. 2. In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek vermeldt de aangezochte Staat onder punt 3 (Bijzonderheden) van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Protocol is gehecht, of hij in de gevraagde ondersteuning kan voorzien. 3. Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag van de aangezochte Staat.

Rechtspraak bij dit artikel