Naar hoofdinhoud

DEEL II › TITEL VI

Artikel II-108

Vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging

Onderdeel van Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa· Financieel en economisch recht

1. Eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. 2. Aan eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt de eerbiediging van de rechten van de verdediging gegarandeerd.

Rechtspraak bij dit artikel