Vennootschappen die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Unie hebben, worden voor de toepassing van deze onderafdeling gelijkgesteld met natuurlijke personen die onderdaan van de lidstaten zijn.
Onder „vennootschappen” worden verstaan vennootschappen naar burgerlijk recht of handelsrecht, coöperatieve verenigingen of vennootschappen daaronder begrepen, en de overige rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht, met uitzondering van vennootschappen die geen winst beogen.
DEEL III › TITEL III › HOOFDSTUK I › AFDELING 2 › Onderafdeling 2
Artikel III-142
Artikel III-142
Onderdeel van Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa· Financieel en economisch recht