**1.** De inspecteurs van de arbeid in de landbouw zijn, indien voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen, bevoegd:
vrijelijk, zonder voorafgaande kennisgeving, op elk uur van de dag en de nacht iedere aan toezicht onderworpen inrichting binnen te gaan;
overdag alle lokaliteiten te betreden, waarvan zij een redelijke grond hebben te veronderstellen, dat deze aan toezicht van de inspectie onderworpen zijn;
over te gaan tot alle onderzoeken, controles of enquêtes, die zij nodig achten om er zich van te verzekeren, dat de wettelijke bepalingen daadwerkelijk in acht genomen worden en in het bijzonder:
alleen of in tegenwoordigheid van getuigen de werkgever of het personeel van de onderneming of ieder ander persoon die zich in de onderneming bevindt te ondervragen over alle aangelegenheden betreffende de toepassing van de wettelijke bepalingen;
op een wijze, die in de nationale wetgeving bepaald kan worden, overlegging te vragen van alle boeken, registers en documenten, waarvan het aanhouden bij de wetgeving betreffende de levens- en arbeidsomstandigheden is voorgeschreven, ten einde na te gaan of zij in overeenstemming zijn met de wettelijke bepalingen en afschriften daarvan of uittreksels daaruit te maken;
monsters van produkten, materialen en stoffen die gebruikt of behandeld worden, te nemen en mede te nemen ten einde die te analyseren, mits de werkgever of diens vertegenwoordiger gewaarschuwd worden dat produkten, materialen of stoffen daartoe genomen en medegenomen zijn.
**2.** Ingevolge het bepaalde in (a) en (b) van het eerste lid van dit artikel mogen de inspecteurs van de arbeid niet de woning van het hoofd van een landbouwonderneming betreden, tenzij hij hun daarvoor toestemming gegeven heeft of zij in het bezit zijn van een speciale machtiging afgegeven door de bevoegde autoriteit.
**3.** Bij gelegenheid van een inspectiebezoek moet de inspecteur de werkgever of diens vertegenwoordiger, alsook de werknemers of hun vertegenwoordigers van zijn aanwezigheid in kennis stellen, tenzij hij van oordeel is dat een dergelijke kennisgeving de doeltreffendheid van de controle zou kunnen schaden.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 juni 1974