**1.** De taak van de arbeidsinspectie in de landbouw is:
het verzekeren van de naleving van de wettelijke bepalingen betreffende de arbeidsvoorwaarden en de bescherming van werknemers bij de uitoefening van hun werkzaamheden, zoals lingen betreffende de arbeidsduur, de lonen, de wekelijkse rustdag en de verlofdagen, de veiligheid, de gezondheid en het welzijn, de tewerkstelling van vrouwen, kinderen en jeugdige personen en andere aanverwante aangelegenheden, voor zover de inspecteurs van de arbeid ermee belast zijn de naleving van genoemde bepalingen te verzekeren;
het geven van technische inlichtingen en adviezen aan de werkgevers en aan de werknemers over de meest doeltreffende middelen om de wettelijke bepalingen na te leven;
het onder de aandacht van de bevoegde autoriteit brengen van de gebreken en misbruiken welke niet met name onder de bestaande wettelijke bepalingen vallen en het doen van voorstellen aan deze autoriteit omtrent de verbetering van de wetten en voorschriften.
**2.** De nationale wetgeving kan aan inspecteurs van de arbeid in de landbouw een adviserende of controlerende taak opdragen inzake de toepassing van de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de levensomstandigheden van de werknemers en hun gezin.
**3.** Indien aan inspecteurs van de arbeid in de landbouw andere functies opgedragen zijn, mogen deze hen bij de uitoefening van hun voornaamste functies niet hinderen noch op enigerlei wijze afbreuk doen aan het gezag of de onpartijdigheid, die voor de inspecteurs bij hun betrekkingen met werkgevers en werknemers noodzakelijk zijn.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 juni 1974