Naar hoofdinhoud

Artikel III

Artikel III

Onderdeel van Handelsverdrag tussen Nederland en Guatemala· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 17 december 1928

1. De producten van bodem of nijverheid van Nederlandschen, Nederlandsch-Indischen, Surinaamschen of Curaçaoschen oorsprong, zullen, bij invoer in Guatemala, en de producten van bodem en nijverheid van Guatemalaanschen oorsprong, zullen, bij invoer in Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao aan geene andere of hoogere rechten onderworpen zijn, dan die, waaraan de producten van bodem en nijverheid van welken anderen Staat ook onderworpen zijn. Geene verboden, noch beperkingen zullen worden gehandhaafd of ingesteld betreffende den invoer in Guatemala van eenig product van bodem of nijverheid van Nederlandschen, Nederlandsch-Indischen, Surinaamschen of Curaçaoschen oorsprong, of van den invoer in Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao van eenig product van bodem of nijverheid van Guatemalaanschen oorsprong, die niet eveneens toegepast worden op den invoer van dezelfde artikelen van welken anderen Staat ook. 2. De producten van bodem, of nijverheid van Nederlandschen, Nederlandsch-Indischen, Surinaamschen of Curaçaoschen oorsprong zuilen bij uitvoer naar Guatemala en de producten van bodem en nijverheid van Guatemalaanschen oorsprong zullen, bij uitvoer naar Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao aan geene andere of hoogere rechten onderworpen zijn, dan waaraan dezelfde producten bij uitvoer naar het grondgebied van welken anderen Staat ook onderworpen zijn. Geene verboden, noch beperkingen zullen gehandhaafd of ingesteld worden betreffende den uitvoer naar Guatemala van eenig product van bodem of nijverheid van Nederlandschen, Nederlandsch-Indischen, Surinaamschen of Curaçaoschen oorsprong, of van den uitvoer naar Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao van eenig product van bodem of nijverheid van Guatemalaanschen oorsprong, die niet eveneens toegepast worden op den uitvoer van dezelfde artikelen naar het grondgebied van welken anderen Staat ook. 3. De producten van bodem en nijverheid van Nederlandschen, Nederlandsch-Indischen, Surinaamschen en Curaçaoschen oorsprong zullen, bij doorvoer door Guatemala, en de producten van bodem en nijverheid van Guatemalaanschen oorsprong zullen bij doorvoer door Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao, wederkeerig zijn vrijgesteld van alle doorvoerrechten, hetzij de doorvoer rechtstreeks plaats vindt, dan wel dat deze onderbroken wordt door lossing, opslag of wederinlading.

Rechtspraak bij dit artikel