De beide contracterende Partijen zijn duidelijk en wederkeerig overeengekomen, dat geen enkel artikel of gedeelte van deze overeenkomst, welke ook, zoo zal worden uitgelegd of verstaan, dat het aan de wederzijdsche Gouvernementen van de contracterende Partijen verboden zou zijn om, wanneer een hunner of beide dit mogten goedvinden, op wettelijke wijze, het binnenkomen van schepen, zoowel als de in- en uitvoer van goederen, behoorende aan de onderdanen der andere partij, te beperken tot de wettelijk aangewezen havens van binnenkomst op hun wederzijdsch grondgebied.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 juni 1864