Er zal wederkeerig handelsvrijheid zijn tusschen het Koningrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia. De Nederlanders zullen verblijf kunnen houden en handel drijven overal op het grondgebied der Republiek, waar andere vreemdelingen worden toegelaten; zij zullen er volledige bescherming genieten voor hunne personen en eigendommen.
Het zal hun vrijstaan er te koopen van en te verkoopen aan wie hun goeddunkt, zonder dat hun eenig nadeel of hinder zal gedaan worden door eenig monopolie, contract, of uitsluitende begunstiging van koop of verkoop hoegenaamd, en zonder verpligt te zijn om zich van makelaars of andere tusschenpersonen voor hunnen handel te bedienen; zij zullen het regt hebben aldaar roerende goederen van allen aard te bezitten, en er vrijelijk over te beschikken volgens de wetten des lands; diezelfde goederen te aanvaarden of over te dragen bij erfopvolging ab intestato of bij uitersten wil, op gelijken voet als de ingezetenen, overeenkomstig de wetten des lands, en zonder, uit hoofde hunner hoedanigheid van vreemdelingen, aan eenige heffing of belasting onderworpen te zijn, welke niet door de ingezetenen mogt verschuldigd wezen. Zij zullen daarenboven genieten al de regten en voordeelen, welke aan andere vreemdelingen hoegenaamd, onderdanen of burgers van de meest begunstigde natie, zijn of zullen worden toegekend. De burgers der Republiek Liberia zullen dezelfde bescherming en begunstigingen genieten in het Koningrijk der Nederlanden.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 juni 1864