Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juni 1864

Ingeval de Regering der Republiek Liberia voornemens zijn mogt in zekere artikelen zelve handel te drijven, ten einde zich eene inkomst te verschaffen door ze te verkoopen tegen eenen verhoogden vasten prijs boven de waarde, is men overeengekomen, dat het aan particuliere handelaren niet zal verboden zijn een der vóórbedoelde artikelen of eenig ander artikel, waarin de Republiek te eeniger tijd mogt goedvinden handel te drijven, in te voeren. Daarenboven, geen van die artikelen, nog eenig ander voorwerp, ’t welk te eeniger tijd, wanneer ook, tot een artikel van den handel van de Regering der Republiek mogt gemaakt zijn, zal aan een hooger regt kunnen worden onderworpen, dan het verschil tusschen de waarde en den door de Regering bepaalden verkoopprijs. Bijaldien de Regering der Republiek den prijs van eenig inlandsch artikel mogt vaststellen, met het doel dat zoodanig artikel in betaling worde aangenomen voor andere artikelen waarin de Regering handel drijft, dan zullen alle Nederlandsche onderdanen, die met de Republiek van Liberia handel drijven, in betaling der regten zoodanig inlandsch artikel aan de schatkist kunnen aanbieden tegen de van Regeringswege bepaalde waarde.

Rechtspraak bij dit artikel