**1.** Deze afdeling bevat de beginselen voor het internationaal zeevervoer waarvoor in overeenstemming met de hoofdstukken 2 (Vestiging), 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van deze titel verbintenissen zijn aangegaan.
**2.** Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:
past elke partij het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag daadwerkelijk toe;
kent elke partij aan vaartuigen die de vlag van een andere partij voeren of die door dienstverleners van een andere partij worden geëxploiteerd, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen toekent ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en ondersteunende havendiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losfaciliteiten.
**3.** Bij de toepassing van deze beginselen:
neemt geen van de partijen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derden een vrachtverdelingsregeling met betrekking tot zeevervoerdiensten op, waaronder begrepen vervoerdiensten voor droge en vloeibare bulkladingen en lijnvervoer, en zeggen de partijen eventuele vrachtverdelingsregelingen in eerdere bilaterale overeenkomsten binnen een redelijke termijn op;
heft elke partij bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen zijn van of een discriminatoir effect kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zien zij af van invoering ervan.
**4.** Elke partij staat verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer, waaronder begrepen scheepsagenten, van een andere partij toe op haar grondgebied een vestiging te hebben, onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij toekent aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners uit derde landen, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten.
**5.** Elke partij geeft verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer van een andere partij op redelijke en niet-discriminatoire voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten: loodsen, sleepboothulp, bevoorrading met levensmiddelen, brandstof en water, ophalen en verwerken van afval, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorziening, faciliteiten voor noodreparaties, verankering, aan- en afmeren.
TITEL IV › HOOFDSTUK 5 › AFDELING 6
Artikel 160
Toepassingsgebied en beginselen
Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024