Naar hoofdinhoud

TITEL VII › HOOFDSTUK 3 › AFDELING 3

Artikel 218

Duur van auteursrechten

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. Het auteursrecht op een werk van letterkunde of kunst in de zin van artikel 2 van de Berner Conventie geldt gedurende het leven van de auteur en tot zeventig jaar na zijn dood. 2. Bij gezamenlijk auteurschap wordt de in lid 1 bedoelde beschermingsduur berekend vanaf de dood van de laatst levende auteur. 3. Bij werken die anoniem of onder een pseudoniem tot stand komen, verstrijkt de krachtens deze overeenkomst toegekende beschermingsduur zeventig jaar nadat het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Wanneer het door de auteur aangenomen pseudoniem echter geen twijfel laat aan zijn identiteit, geldt de in lid 1 vastgestelde beschermingsduur. Indien de auteur van een werk dat anoniem of onder pseudoniem tot stand is gekomen, gedurende bovenbedoelde periode zijn identiteit onthult, is de in lid 1 bepaalde beschermingsduur van toepassing. De partijen zijn niet verplicht om een anoniem of onder pseudoniem tot stand gekomen werk te beschermen wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de auteur ervan al zeventig jaar dood is. 4. Wanneer de beschermingsduur voor een werk, ander dan een fotografisch werk of werk van toegepaste kunst, op andere grondslag wordt berekend dan het leven van een natuurlijke persoon, is deze duur niet korter dan zeventig jaar na het einde van het kalenderjaar van toegestane publicatie, of, bij gebreke van zodanige toegestane publicatie binnen ten minste vijftig jaar na de totstandkoming van het werk, zeventig jaar na het eind van het kalenderjaar van de totstandkoming. 5. De beschermingsduur voor cinematografische of audiovisuele werken is ten minste zeventig jaar nadat het werk met toestemming van de auteur voor het publiek toegankelijk is gemaakt, of bij gebreke daarvan binnen ten minste vijftig jaar vanaf de totstandkoming van een dergelijk werk, ten minste zeventig jaar na de totstandkoming ervan. Een partij kan in plaats daarvan vaststellen dat de beschermingsduur voor cinematografische of audiovisuele werken zeventig jaar na de dood van de laatste volgens de interne wetgeving als auteur aangewezen persoon verstrijkt.

Rechtspraak bij dit artikel