Naar hoofdinhoud

TITEL VII › HOOFDSTUK 3 › AFDELING 3

Artikel 220

Uitzending en mededeling aan het publiek

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: „uitzending”: de draadloze transmissie van geluiden of van beelden en geluiden of van de weergaven daarvan voor ontvangst door het publiek; een dergelijke transmissie via satelliet wordt ook onder „uitzending” begrepen; de transmissie van gecodeerde signalen geldt als „uitzending” wanneer de middelen voor decodering aan het publiek worden geleverd door of met toestemming van de omroeporganisatie; „mededeling aan het publiek” van een uitvoering of een fonogram: de overdracht aan het publiek door elk medium anders dan door uitzending, van geluiden van een uitvoering of de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. Voor de toepassing van lid 3 wordt onder mededeling aan het publiek ook verstaan het voor het publiek hoorbaar maken van de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. 2. Uitvoerende kunstenaars hebben met betrekking tot hun uitvoeringen het exclusieve recht om toestemming te verlenen voor: de uitzending en mededeling aan het publiek van hun niet vastgelegde uitvoeringen, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is; het vastleggen van hun niet-vastgelegde uitvoeringen. 3. Uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen hebben recht op een enkele billijke vergoeding voor het directe of indirecte gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen ten behoeve van uitzending of enigerlei mededeling aan het publiek. De partijen nemen in hun interne wetgeving de bepaling op dat de enkele billijke vergoeding door de gebruiker verschuldigd is aan de uitvoerend kunstenaar, aan de producent van een fonogram, of aan beiden. De partijen kunnen in hun interne wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen de enkele billijke beloning moeten verdelen wanneer zij hierover geen overeenstemming hebben bereikt. 4. Elke partij verleent uitvoerende kunstenaars het exclusieve recht om met betrekking tot hun vastgelegde uitvoeringen het volgende toe te staan of te verbieden: directe of indirecte reproductie; distributie door verkoop of andere overdracht van eigendom; verhuur aan het publiek van het origineel en kopieën daarvan; het openbaar maken via de kabel of draadloze transmissie, op zodanige manier dat leden van het publiek deze kunnen beluisteren op een plek en tijd die zij individueel kunnen kiezen. 5. Wanneer uitvoerende kunstenaars het recht van toegankelijkmaking of van verhuur hebben overgedragen, kan een partij overeenkomstig haar interne wetgeving bepalen dat uitvoerende kunstenaars het niet voor afstand vatbare recht behouden een billijke vergoeding te ontvangen, die kan worden geïnd door een door de wet toegestane maatschappij voor collectieve belangenbehartiging. 6. De partijen kunnen overeenkomstig hun interne wetgeving aan uitvoerende kunstenaars van audiovisuele werken een niet voor afstand vatbaar recht toekennen om een billijke vergoeding te ontvangen voor uitzending of mededeling aan het publiek van hun vastgelegde uitvoeringen, die kan worden geïnd door een door de wet toegestane maatschappij voor collectieve belangenbehartiging. 7. In bepaalde speciale gevallen die niet tegenstrijdig zijn met de normale exploitatie van de uitvoeringen en die niet op onredelijke wijze afbreuk doen aan de legitieme belangen van de uitvoerende kunstenaars, kunnen de partijen in hun interne wetgeving voorzien in beperkingen of uitzonderingen op de rechten van uitvoerende kunstenaars van audiovisuele werken. 8. Elke partij geeft omroeporganisaties het exclusieve recht om de hertransmissie van hun uitzendingen langs ten minste draadloze weg toe te staan of te verbieden.

Rechtspraak bij dit artikel