Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 1 › AFDELING 3

Artikel 24

Vergoedingen en heffingen

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. Elke partij draagt er zorg voor, overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij, dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten, aan interne belastingen gelijkgestelde heffingen of andere interne heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, alsook antidumping- en compenserende maatregelen) ter zake van in- of uitvoer worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, en geen indirecte bescherming van binnenlandse goederen of een belasting op de in- of uitvoer voor fiscale doeleinden vormen. 2. De partijen schrijven voor de invoer van goederen van een andere partij geen consulaire formaliteiten voor7)Voor de toepassing van dit lid wordt onder „consulaire formaliteiten” verstaan, het vereiste dat goederen van een partij die zijn bestemd voor de uitvoer naar het grondgebied van een andere partij, eerst op het grondgebied van de partij van uitvoer voor controle aan de consul van de partij van invoer moeten worden aangeboden, voor het verkrijgen van een consulaire factuur of een consulair visum op een handelsfactuur, certificaat van oorsprong, manifest, aangifte ten uitvoer van de verzender, of enig ander douanebescheid dat bij of in verband met de invoer is vereist., waaronder begrepen vergoedingen en heffingen. 3. Elke partij maakt actuele informatie beschikbaar over alle vergoedingen en heffingen ter zake van in- en uitvoer, bij voorkeur via internet.

Rechtspraak bij dit artikel