Naar hoofdinhoud

TITEL VII › HOOFDSTUK 4 › AFDELING 2

Artikel 249

Grensmaatregelen

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. Elke partij stelt, tenzij in dit artikel anders wordt bepaald, procedures74)De partijen zijn het erover eens dat er geen verplichting bestaat om deze procedures toe te passen op de invoer van goederen die door de houder van het recht of met diens toestemming in een ander land in de handel zijn gebracht. vast om de houder van een recht, die geldige redenen heeft om te vermoeden dat goederen waarmee inbreuk wordt gemaakt op een auteursrecht of een recht op een handelsmerk75)Voor de toepassing van deze bepaling wordt verstaan onder „goederen die inbreuk maken op een auteursrecht of recht op een handelsmerk”:a. „nagemaakte goederen”, namelijk:i.goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan het naar behoren geregistreerde handelsmerk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden, en dat zodoende inbreuk maakt op de rechten van de houder van het handelsmerk;ii.beeldmerken (logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing of garantiebewijs), zelfs indien deze afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;iii.afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;b.„onrechtmatig gereproduceerde goederen”, namelijk: goederen die kopieën zijn of bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van hetzij de houder van een al dan niet overeenkomstig de wetgeving van elke partij geregistreerd auteursrecht, naburig recht of modelrecht, ongeacht of het recht is geregistreerd in de nationale wetgeving., worden ingevoerd, uitgevoerd, of wederuitgevoerd, in staat te stellen bij de bevoegde instanties een schriftelijk verzoek in te dienen tot opschorting van het in het vrije verkeer brengen van deze goederen dan wel het vasthouden ervan door de douaneautoriteiten. De partijen evalueren de toepassing van deze maatregelen voor goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een geografische aanduiding. 2. Elke partij ziet erop toe dat wanneer de douaneautoriteiten bij hun werkzaamheden voldoende redenen hebben om te vermoeden dat goederen inbreuk maken op een auteursrecht of recht op een handelsmerk, deze autoriteiten beroepshalve het vrijgeven van de goederen mogen opschorten of deze mogen vasthouden om de houder van het recht in staat te stellen krachtens de interne wetgeving van elke partij een juridische of administratieve procedure overeenkomstig lid 1 voor te stellen. 3. Elk recht of elke verplichting, vastgesteld in deel III, afdeling 4, van de TRIPs-overeenkomst met betrekking tot de importeur, is eveneens van toepassing op de exporteur of ontvanger van de goederen.

Rechtspraak bij dit artikel