**1.** De partijen erkennen het belang van het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit en alle componenten daarvan als hoofdelement voor het bereiken van duurzame ontwikkeling. De partijen bevestigen hun verbintenis tot het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit uit hoofde van het Verdrag inzake biologische diversiteit en andere relevante overeenkomsten waarbij de partijen partij zijn.
**2.** De partijen zullen blijven werken aan het bereiken van hun internationale doelen, zijnde het vaststellen en handhaven van een uitgebreid, doeltreffend beheerd en ecologisch representatief nationaal en regionaal systeem van beschermde land- en zeegebieden in respectievelijk 2010 en 2012, als fundamentele hulpmiddelen voor het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit. De partijen erkennen ook het belang van beschermde gebieden voor het welzijn van de populaties die zich in die gebieden en hun bufferzones hebben gevestigd.
**3.** De partijen zullen streven naar gezamenlijke bevordering van de ontwikkeling van praktijken en programma’s die gericht zijn op het stimuleren van passende economische opbrengsten uit het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit.
**4.** De partijen erkennen hun verplichting uit hoofde van het Verdrag inzake biologische diversiteit om, met inachtneming van hun interne wetgeving, te zorgen voor de eerbiediging, bescherming en instandhouding van de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en lokale gemeenschappen, waarop tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en voor de bevordering van de toepassing daarvan op grotere schaal, met de voorafgaande geïnformeerde instemming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, alsmede voor de stimulering van de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen van de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken.
**5.** Indachtig artikel 15 van het Verdrag inzake biologische diversiteit erkennen de partijen de soevereine rechten van staten over hun natuurlijke hulpbronnen, alsmede dat de bevoegdheid tot het bepalen van toegang tot genetische bronnen bij de nationale overheid ligt en door de interne wetgeving wordt geregeld. Voorts erkennen de partijen dat zij streven naar het scheppen van voorwaarden om de toegang tot genetische hulpbronnen voor vanuit milieuoogpunt verantwoord gebruik te vergemakkelijken, en trachten geen beperkingen op te leggen die in strijd zijn met de doelstellingen van het Verdrag inzake biologische diversiteit, alsmede dat de toegang tot genetische hulpbronnen afhankelijk gesteld wordt van voorafgaande geïnformeerde toestemming van elke partij die dergelijke hulpbronnen verschaft, tenzij anders bepaald door die partij. De partijen nemen in overeenstemming met het Verdrag inzake biologische diversiteit passende maatregelen om de resultaten van onderzoek en ontwikkeling, en de voordelen die voortvloeien uit commercieel en ander gebruik van genetische hulpbronnen, op eerlijke en billijke wijze en op onderling overeengekomen voorwaarden te delen met de partij die dergelijke hulpbronnen verschaft.
**6.** De partijen streven naar het versterken en vergroten van de capaciteit van nationale instellingen die verantwoordelijk zijn voor het behoud en duurzame gebruik van biologische diversiteit, door middel van instrumenten voor het versterken van de capaciteit en door technische bijstand.
TITEL IX
Artikel 272
Biologische diversiteit
Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024