Naar hoofdinhoud

TITEL XII › HOOFDSTUK 2

Artikel 301

Overleg

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. De partijen streven ernaar elk geschil over een in artikel 299 bedoelde aangelegenheid op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. 2. Een partij verzoekt een andere partij schriftelijk om overleg, met kopie aan het Handelscomité, waarbij zij aangeeft om welke maatregel het gaat en wat de rechtsgrond voor de klacht is. 3. De partij tot wie het verzoek om overleg gericht is, beantwoordt dit verzoek binnen tien dagen na ontvangst ervan, met kopie aan het Handelscomité. In dringende gevallen wordt die periode tot vijf dagen verkort. 4. De partijen bij het geschil kunnen overeenkomen het overleg krachtens dit artikel achterwege te laten en rechtstreeks over te gaan tot de arbitragepanelprocedure van artikel 302. Een dergelijk besluit wordt uiterlijk vijf dagen voor het verzoek om instelling van een arbitragepanel schriftelijk medegedeeld aan het Handelscomité. 5. Tenzij de partijen bij het overleg anders overeenkomen, wordt het overleg binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de partij tot wie het verzoek gericht is, gehouden en wordt het na deze periode geacht te zijn afgesloten; het vindt plaats op het grondgebied van de partij tot wie het verzoek gericht is. Met instemming van de partijen bij het geschil kan het overleg plaatsvinden via elk beschikbaar technologisch hulpmiddel. Het overleg en alle tijdens het overleg verstrekte informatie zijn vertrouwelijk. 6. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of anderszins op goederen of diensten die snel hun handelswaarde verliezen, zoals seizoensgebonden goederen of diensten, begint het overleg binnen vijftien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de partij tot wie het verzoek gericht is, en wordt het binnen vijftien dagen geacht te zijn afgesloten. 7. Tijdens het overleg verstrekt elke partij bij het overleg voldoende feitelijke informatie, zodat volledig kan worden onderzocht op welke wijze de geldende of voorgestelde maatregel, of een andere aangelegenheid, van invloed kan zijn op de werking en toepassing van deze overeenkomst. 8. Tijdens het overleg krachtens dit artikel ziet elke partij bij het overleg erop toe dat personeelsleden van haar bevoegde overheidsinstanties met relevante kennis over de aangelegenheid die het voorwerp van het overleg is, aan het overleg deelnemen. 9. Tenzij anders overeengekomen door de partijen bij het overleg kan, wanneer binnen een krachtens deze overeenkomst opgericht subcomité over een geschil overleg is gevoerd, dat overleg het overleg krachtens dit artikel vervangen, mits de desbetreffende maatregel en de rechtsgrond van de klacht tijdens dat overleg naar behoren zijn vastgesteld. Tenzij anders overeengekomen door de partijen bij het overleg, wordt overleg dat in een subcomité wordt gevoerd, binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om overleg door de partij tot wie het verzoek gericht is, geacht te zijn afgesloten. 10. Binnen vijf dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om overleg, kan een partij die geen partij bij het overleg is, en die een belang heeft bij de aangelegenheid waarover overleg wordt gevoerd, de partijen bij het overleg schriftelijk om deelname aan het overleg verzoeken, met kopie aan het Handelscomité. Mits geen van de partijen bij het overleg dit verzoek afwijst, kan die partij als derde aan het overleg deelnemen overeenkomstig het ingevolge artikel 315 vastgestelde reglement van orde, hierna het „reglement van orde” genoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel