Naar hoofdinhoud

TITEL XII › HOOFDSTUK 3

Artikel 310

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. Indien de partij waartegen de klacht gericht is vóór het verstrijken van de redelijke termijn geen kennisgeeft van het vaststellen van maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 309, lid 2, besluit dat een maatregel waarvan is kennisgegeven niet in overeenstemming is met deze overeenkomst, kan de klagende partij: de partij waartegen de klacht gericht is, verzoeken om een compensatie wegens niet-naleving, hetzij in de vorm van verlenging van de tijdelijke compensatie, hetzij in de vorm van een andere compensatie; of de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité in kennis stellen van haar voornemen de concessies die voortvloeien uit een in artikel 299 bedoelde bepaling op te schorten in een mate die overeenkomt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. 2. Indien twintig dagen na het verstrijken van de redelijke termijn, of na de uitspraak van het arbitragepanel dat de maatregel waarvan krachtens artikel 311, lid 2, is kennisgegeven niet in overeenstemming is met deze overeenkomst, de partijen bij het geschil het niet eens kunnen worden over compensatie krachtens lid 1, onder a), kan de klagende partij de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité in kennis stellen van haar voornemen om de voordelen die voortvloeien uit een in artikel 299 bedoelde bepaling op te schorten in een mate die overeenkomt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. 3. Indien de partij waartegen de klacht gericht is de ingevolge artikel 308 vastgestelde tijdelijke compensatie niet binnen een redelijke termijn88)Voor de duidelijkheid: de partij waartegen de klacht gericht is, wordt alleen geacht de tijdelijke compensatie niet binnen een redelijke termijn ten uitvoer te hebben gelegd wanneer zij haar interne procedure tot tenuitvoerlegging van de compensatie niet binnen een redelijke termijn inleidt, of wanneer die interne procedure leidt tot een besluit dat met de tenuitvoerlegging van tijdelijke compensatie in strijd is. ten uitvoer legt, kan de klagende partij de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité in kennis stellen van haar voornemen om de voordelen die voortvloeien uit een in artikel 299 bedoelde bepaling op te schorten in een mate die overeenkomt met de tijdelijke compensatie, totdat de tijdelijke compensatie ten uitvoer is gelegd of, indien dat eerder is, de partij waartegen de klacht gericht is een maatregel tot naleving heeft vastgesteld. 4. Wanneer de klagende partij in overeenstemming met lid 2 of 3 kennisgeeft van haar voornemen om de voordelen op te schorten, kan zij die opschorting tien dagen na de kennisgeving toepassen, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is ingevolge lid 5 om arbitrage verzoekt. 5. Indien de partij waartegen de klacht gericht is, meent dat de mate van opschorting waarvan is kennisgegeven, niet overeenkomt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. De klagende partij en het Handelscomité worden voor het verstrijken van de in lid 4 bedoelde termijn van tien dagen van dit verzoek in kennis gesteld. Het oorspronkelijke arbitragepanel stelt de partijen bij het geschil en het Handelscomité binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door het arbitragepanel in kennis van haar uitspraak over de mate waarin de voordelen worden opgeschort. De voordelen worden niet opgeschort totdat het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen bij het geschil in kennis heeft gesteld van haar uitspraak; een eventuele opschorting is in overeenstemming met die uitspraak. 6. Wanneer het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van zijn leden, niet beschikbaar is of zijn, zijn de procedures van artikel 303 van toepassing. De uitspraak wordt binnen 45 dagen vanaf de datum van instelling van het nieuwe arbitragepanel gedaan. 7. De compensatie of de opschorting van voordelen krachtens dit artikel is tijdelijk en ontslaat de partij waartegen de klacht gericht is niet van haar verplichting om de uitspraak na te leven. Deze maatregelen zijn uitsluitend van toepassing totdat een maatregel waarvan is vastgesteld dat zij niet in overeenstemming met deze overeenkomst is, is ingetrokken of gewijzigd zodat de bepalingen van deze overeenkomst worden nageleefd, of totdat de partijen bij het geschil tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel