Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK 5

Artikel 94

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2024

1. De partijen aanvaarden het concept van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen overeenkomstig de SPS-overeenkomst en de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid, hierna de „OIE” genoemd, en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten, hierna het „IPPC” genoemd. 2. Ingevolge het bepaalde in lid 1 stelt het subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen een geschikte procedure vast voor de erkenning van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen, waarbij rekening wordt gehouden met relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen. Deze procedure wordt tevens toegepast bij uitbraken en herinfestaties. 3. Bij het vaststellen van de in lid 1 en 2 bedoelde gebieden wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden. 4. De partijen werken nauw samen bij het vaststellen van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen, teneinde vertrouwen te krijgen in elkaars procedures voor het vaststellen van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen. 5. Bij het vaststellen van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen, en ongeacht of dit voor het eerst gebeurt of na de uitbraak van een dierenziekte of de herinfestatie met een voor planten schadelijk organisme, baseert de partij van invoer haar eigen vaststelling van de dier- of plantgezondheidsstatus van de partij van uitvoer of delen daarvan in beginsel op de door die partij overeenkomstig de normen van de SPS-overeenkomst en de OIE en het IPPC verstrekte informatie, en houdt zij rekening met de vaststelling die de partij van uitvoer heeft gedaan. 6. Ingeval een partij van invoer de gebieden waarvan een partij van uitvoer heeft vastgesteld dat het ziekte- en plagenvrije gebieden of gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen zijn, niet als zodanig erkent, dan verstrekt de partij van invoer de partij van uitvoer desgevraagd de informatie op basis waarvan zij bedoelde vaststelling heeft gedaan en/of treedt zij zo spoedig mogelijk in overleg over een mogelijke oplossing. 7. De partij van uitvoer levert de partij van invoer voldoende bewijs dat de desbetreffende gebieden ziekte- of plagenvrij zijn of gebieden zijn met een lage prevalentie van ziekten of plagen, en dat waarschijnlijk ook blijven. Hiertoe verleent de partij van uitvoer de partij van invoer desgevraagd redelijke toegang voor het verrichten van inspecties, tests en andere relevante procedures. 8. De partijen erkennen het compartimenteringsbeginsel van de OIE en het beginsel van plagenvrije productielocaties van het IPPC. Het subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen beoordeelt eventuele aanbevelingen van de OIE of het IPPC over deze kwestie en doet dienovereenkomstig aanbevelingen.

Rechtspraak bij dit artikel