De Permanente Verzoeningscommissie heeft tot taak een verslag uit te brengen, dat den stand van zaken vaststelt en, tenzij dit met het oog op de bijzondere omstandigheden van het geval niet wenschelijk wordt geacht, voorstellen tot bijlegging van het geschil bevat.
Dit verslag moet binnen zes maanden na den dag, waarop het geschil bij de Permanente Verzoeningscommissie werd aanhangig gemaakt, worden uitgebracht, tenzij de Partijen in gemeen overleg dezen termijn verlengen of, vóór de bijeenkomst van de Permanente Verzoeningscommissie, verkorten. Bovendien heeft ook de Permanente Verzoeningscommissie het recht dezen termijn voor éénmaal — voor hoogstens 6 maanden — te verlengen. Het verslag moet in drievoud opgesteld worden, waarvan iedere Partij een exemplaar overhandigd- en het derde door de Permanente Verzoeningscommissie bewaard wordt.
Het verslag heeft, noch wat de feiten, noch wat de rechtsoverwegingen betreft, de beteekenis eener definitief bindende beslissing. Bij mededeeling van het verslag kan de Permanente Verzoeningscommissie aan de Partijen in overweging geven, zich binnen een in het verslag te bepalen termijn erover uit te spreken, of en in hoeverre zij de bevindingen van het verslag erkennen en de erin gedane voorstellen aannemen.
Het staat aan de Partijen, in gemeen overleg te bepalen, of het verslag onverwijld openbaar gemaakt zal worden of niet. Bereikt men daarover echter geen overeenstemming, dan kan de Permanente Verzoeningscommissie harerzijds op grond van bijzondere overwegingen de onmiddellijke openbaarmaking bewerkstelligen.
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1927