Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Voorlopige handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Roemenië· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 september 1930

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich het wederzijdsche handelsverkeer door in- noch uitvoerverboden of -beperkingen te zullen belemmeren. Uitzonderingen op dezen regel zullen kunnen, worden gemaakt in de volgende gevallen voor zoover zij van toepassing zijn op alle landen of op die landen die zich in dezelfde omstandigheden bevinden: a. om redenen van openbare veiligheid; b. op zedelijke en humanitaire gronden of met het oog op de bescherming van de openbare gezondheid alsmede ter bescherming van dieren of planten tegen ziekten, schadelijke insecten en parasieten, alsmede van planten tegen uitsterving of ontaarding; c. met betrekking tot den handel in wapenen, munitie en oorlogsmaterieel en, in bijzondere omstandigheden, in alle andere oorlogsbenoodigdheden; d. met betrekking tot de voortbrengselen, die in het gebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen het voorwerp zijn of zullen worden van een staatsmonopolie, alsmede met het oog op de uitbreiding tot buitenlandsche voortbrengselen van alle andere verboden of beperkingen, die door de binnenlandsche wetgeving in het eigen land zijn ingesteld ten aanzien van de voortbrenging, den handel, het vervoer of het verbruik van gelijksoortige nationale voortbrengselen; e. met het oog op de bescherming van het nationale bezit op het gebied van kunst, geschiedenis of oudheidkunde; f. voor wat betreft de verboden of beperkingen van toepassing op goud, zilver, specie, papiergeld of effecten. Deze overeenkomst zal geen inbreuk maken op het recht van de Hooge Verdragsluitende Partijen om maatregelen tot verbod of beperking van in- of uitvoer te nemen, ten einde in buitengewone en abnormale omstandigheden de levensbelangen van het land te beschermen. Indien er maatregelen van dezen aard worden genomen, zullen zij moeten worden toegepast op zulk een wijze, dat er geen willekeurige ongelijkheid van behandeling ten nadeele van de andere Partij uit kan voortvloeien. Zij zullen niet langer mogen duren dan de beweegredenen of de omstandigheden, die hen in het leven hebben geroepen.

Rechtspraak bij dit artikel