Wanneer, in geval van een der geschillen als bedoeld in artikel 2, de twee Partijen niet haar toevlucht hebben gezocht bij de Permanente Verzoeningscommissie, of wanneer deze laatste er niet in geslaagd is de Partijen te verzoenen, dan zal het geschil in gemeenschappelijk overleg bij wege van een compromis worden onderworpen, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door zijn Statuut, hetzij aan een scheidsgerecht, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure, vastgesteld door het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.
Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen over de keuze van het rechtsprekend orgaan, over de bepalingen van het compromis, of in geval van een arbitrale procedure over de aanwijzing der arbiters, zal de een of de andere van haar, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven, de bevoegdheid hebben om het geschil rechtstreeks bij verzoekschrift voor het Permanente Hof van Internationale Justitie te brengen.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag tussen Nederland en Noorwegen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 8 januari 1934