Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 9 oktober 1913

De herkenningsteekenen, merken of zegels door de douaneautoriteiten van eene der Contracteerende Partijen bij den uitvoer op de in het voorgaand artikel genoemde monsters aangebracht, evenals de lijst van die monsters, welke door haar officieel is gewaarmerkt en welke er eene nauwkeurige beschrijving van bevat, zullen over en weer door de douaneautoriteiten van de andere worden aanvaard om vast te stellen dat zij het karakter van monsters hebben en de vrijstelling er van van alle onderzoek te verzekeren behoudens voor zoo verre dit onderzoek noodig is om vast te stellen dat de aangeboden monsters dezelfde zijn als die vermeld op de lijst. De douaneautoriteiten van ieder der Contracteerende Partijen zullen evenwel een tweede merk op de monsters mogen aanbrengen in de bijzondere gevallen waarin zij het noodig oordeelen dien voorzorgsmaatregel te nemen. Geschorst per 8 december 1941 (Trb. 1954/168). De schorsing is herroepen per 29 augustus 1953 (Trb. 1954/168).

Rechtspraak bij dit artikel