Elk geschil, van welken aard het ook zij, dat tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen mocht rijzen en dat niet binnen redelijken tijd langs diplomatieken weg mocht kunnen worden opgelost en dat niet vatbaar zou zijn voor beslechting door rechtspraak of arbitrage overeenkomstig artikel 36, alinea 2, van het Statuut van het Permanente Hof van Internationale Justitie, of overeenkomstig eenige andere internationale overeenkomst, die tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen van kracht mocht zijn, zal, op verzoek van één of van beide Partijen, worden onderworpen aan een permanente verzoeningscommissie ter fine van onderzoek en verslag.
De Hooge verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomen, dat een geschil, dat vatbaar zou zijn voor een beslechting door rechtspraak of arbitrage, te voren onderworpen worde aan de verzoeningsprocedure. Wanneer bij een dergelijk geschil één der Partijen binnen redelijken tijd de voorstellen van de commissie niet aanvaardt, zal elk harer het geschil kunnen onderwerpen aan het Permanente Hof van Internationale Justitie.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verzoeningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Finland· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 8 februari 1929