De Hooge verdragsluitende Partijen verplichten zich in de grootst mogelijke mate de werkzaamheden van de verzoeningscommissie te zullen vergemakkelijken en in het bijzonder om gebruik te maken van de middelen die haar ten dienste staan, volgens hare binnenlandsche wetgeving, om de Commissie in staat te stellen op haar grondgebied over te gaan tot het oproepen en hooren van getuigen of deskundigen, evenals tot een onderzoek ter plaatse. De Commissie zal beslissen of de bewijslevering zal geschieden in volledige zitting of voor een of meerdere van die leden, welke gemeenschappelijk zijn aangewezen.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verzoeningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Finland· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 8 februari 1929