Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Arbitrage- en verzoeningsverdrag tussen Nederland en Frankrijk· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 10 mei 1930

Alle geschilpunten waarover de Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn zonder daarvoor eene minnelijke oplossing langs de gewone diplomatieke wegen te kunnen vinden, en waarvan de oplossing niet mocht kunnen worden gezocht door een uitspraak zooals voorzien in artikel 2 van dit verdrag en waarvoor een procedure tot regeling niet reeds mocht zijn voorzien in een verdrag of overeenkomst tusschen Partijen geldend, zullen worden onderworpen aan de Permanente Verzoeningscommissie, wier taak het zal zijn om aan de Partijen eene aannemelijke oplossing voor te stellen en haar in alle gevallen een rapport aan te bieden. Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen omtrent het tot de Commissie te richten verzoek (tot verzoening) zal elk harer de bevoegdheid hebben het geschilpunt rechtstreeks, na eene aankondiging een maand van te voren, aan genoemde Commissie te onderwerpen. In alle gevallen wanneer er verschil tusschen de Partijen is over de vraag of het geschil al of niet behoort tot de geschillen, bedoeld in artikel 2 en derhalve vatbaar om door een uitspraak te worden opgelost, zal dit verschilpunt vóórdat de procedure voor de Permanente Verzoeningscommissie aanvangt, in onderling overleg tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen of bij gebreke van overeenstemming op het verzoek van een harer, aan de beslissing van het Permanente Hof van Internationale Justitie worden onderworpen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel