Alle rechtsgeschillen, die niet op vriendschappelijke wijze langs de gewone diplomatieke wegen mochten kunnen worden geregeld, zullen ter berechting worden voorgelegd, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, hetzij aan een scheidsgerecht zooals hierna is voorzien.
De bepaling van de vorige zinsnede is niet toepasselijk op geschillen ontstaan uit feiten, die hebben plaats gehad vóór de totstandkoming van dit Verdrag en die tot het verleden behooren en evenmin op geschillen over vragen die het internationale recht overlaat aan de uitsluitende bevoegdheid van Staten.
De geschillen, voor wier oplossing een speciale procedure wordt voorzien in andere verdragen, die tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen van kracht zijn, zullen worden geregeld volgens de bepalingen van die verdragen.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag tussen Nederland en Roemenië tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 6 januari 1931