Behalve, indien Partijen zijn overeengekomen een geschil op andere wijze tot oplossing te brengen, erkennen de Hooge verdragsluitende Partijen als verplicht, voor den duur van dit verdrag, de rechtspraak van het Permanente Hof van Internationale Justitie volgens het Statuut van het Hof voor alle rechtsgeschillen, die tusschen haar mochten rijzen en die niet langs diplomatieken weg binnen redelijken tijd opgelost mochten kunnen zijn en in het bijzonder alle geschillen, welke tot onderwerp hebben:
de uitlegging van een verdrag;
ieder punt van internationaal recht;
het bestaan van ieder feit, dat, wanneer het werd vastgesteld, de schending zou inhouden van eene internationale verbintenis;
den aard of den omvang van de vergoeding, verschuldigd voor de schending van eene internationale verbintenis.
In geval van verschil van meening over de vraag of het Hof bevoegd is tot oplossing van het geschil overeenkomstig de bepalingen van de voorafgaande paragraaf, zal het Hof over deze vraag beslissen.
Elke Partij is gehouden zoo spoedig mogelijk het door het Hof gewezen vonnis ten uitvoer te leggen.
Alle geschilpunten, waarover de Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn zonder daarvoor eene minnelijke oplossing langs de gewone diplomatieke wegen te kunnen vinden en waarvan de oplossing niet mocht kunnen worden gezocht door een uitspraak, zooals in de eerste alinea van dit artikel is voorzien en voor de oplossing waarvan eene andere procedure niet is voorzien, zullen worden onderworpen aan de procedure van verzoening, welke in elk geval afzonderlijk zal worden ingesteld bij eene overeenkomst tusschen de Partijen.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag tussen Nederland en Siam tot beslechting van geschillen door rechtspraak en verzoening· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 juni 1929