Naar hoofdinhoud
In alle gevallen en met name als de vraag, waaromtrent de Partijen verdeeld zijn, voortvloeit uit daden, die reeds zijn verricht of op punt zijn dat te worden, zullen de Permanente Verzoeningscommissie, nadat Partijen het daaromtrent eens zijn geworden, of het Permanente Hof van Internationale Justitie, handelende ingevolge artikel 41 van zijn Statuut of het scheidsgerecht zoo spoedig mogelijk de voorloopige maatregelen kunnen aangeven, welke genomen moeten worden. Elk der Hooge Verdragsluitende Partijen verbindt zich om zich te onthouden van het nemen van elken maatregel, die een nadeeligen terugslag zou kunnen hebben op de ten uitvoerlegging van de beslissing of op de schikkingen, die mochten worden voorgesteld door de Permanente Verzoeningscommissie en, in het algemeen, om niet over te gaan tot het verrichten van eenige daad van welken aard ook, die het geschil zou kunnen verergeren of uitbreiden.

Rechtspraak bij dit artikel