**1.** De zakenlieden van een der Hooge Verdragsluitende Partijen alsmede hun handelsreizigers, welke voorzien zijn van een legitimatiebewijs, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van hun land in overeenstemming met het model, zooals dit is vastgesteld door het op 3 November 1923 te Genève gesloten internationale verdrag betreffende de vereenvoudiging van de douaneformaliteiten, zullen op het gebied van de andere Partij even gunstig behandeld worden als de eigen handelsreizigers of die van de meestbegunstigde natie voor al hetgeen betreft het plaatsen van hun artikelen.
**2.** De bepalingen van dit artikel zullen niet van toepassing zijn op rondreizende industrieelen en evenmin op de marskramerij noch op het opnemen van orders bij personen, die zich niet bezighouden met handel of nijverheid. Elk der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich te dezen aanzien de volledige vrijheid harer wetgeving voor.
**3.** Aan invoerrechten onderhevige goederen, welke als monsters dienst doen, met uitzondering van verboden waren, zullen bij invoer over en weer een tijdelijken vrijdom van invoerrechten genieten, mits de douaneformaliteiten — de consignatie van de invoerrechten of andere waarborg voor de eventueele betaling van deze rechten daaronder begrepen —, welke noodig zijn ten einde den wederuitvoer te verzekeren, worden in acht genomen.
**4.** De herkenningsmerken, welke door de autoriteiten van een der Hooge Verdragsluitende Partijen op de monsters zijn aangebracht, zullen ter vaststelling van de identiteit dier monsters door de autoriteiten van de andere Partij worden erkend, met dien verstande, dat deze laatsten de bevoegdheid zullen hebben daarnevens de nationale herkenningsmerken aan te brengen in al die gevallen, dat haar zulks noodzakelijk mocht voorkomen.
**5.** Het genot van dezen vrijdom kan worden ontnomen aan die handelsreizigers en handelshuizen, welke zich niet overeenkomstig de vastgestelde bepalingen gedragen.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Handels- en scheepvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zuidslavië· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 april 1932