Bijgevolg zullen te bovengenoemder zake de voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van een der Verdragsluitende Partijen bij hunnen invoer in het andere land op geenerlei wijze onderworpen worden aan andere of hoogere rechten, belastingen of heffingen, noch aan andere of drukkender voorschriften en formaliteiten dan waaraan gelijke of gelijksoortige voortbrengselen van eenig derde land onderworpen zijn of zullen worden.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Oostelijke Republiek Uruguay· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 januari 1936