Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen zal aan de scheepvaart van de andere in elk opzicht een even gunstige behandeling verleenen als aan de scheepvaart van de meestbegunstigde natie.
Van laatstgenoemde bepaling is uitgezonderd de kustvaart van Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao, welke materie bij uitsluiting onderworpen blijft aan de wetten en reglementen, welke in die gebieden van kracht zijn.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Oostelijke Republiek Uruguay· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 januari 1936