Naar hoofdinhoud

Artikel VIII

Artikel VIII

Onderdeel van Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek van Bolivia· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 12 oktober 1932

Elk der Hooge Verdragsluitende Partijen zal kunnen benoemen Consuls-Generaal, Consuls, Vice-Consuls en andere Consulaire ambtenaren op het gebied van de andere, uitgezonderd het gebied van Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao. De toelating en de bevoegdheden der Boliviaansche Consulaire ambtenaren op dit gebied zullen slechts kunnen worden geregeld door een bijzondere overeenkomst te dezer zake. De Consuls-Generaal, Consuls, Vice-Consuls en andere Consulaire ambtenaren zullen, na het exequatur of eenige andere noodzakelijke machtiging te hebben ontvangen van de Regeering van het land, waar zij zijn benoemd, op voet van wederkeerigheid, het recht hebben alle werkzaamheden uit te oefenen en van alle voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten te genieten, die worden of zullen kunnen worden toegekend aan de Consulaire ambtenaren van denzelfden graad van de meestbegunstigde natie.

Rechtspraak bij dit artikel