De gemeenten, de openbare of bijzondere gestichten van den eenen of van den anderen Staat, die in het bezit zijn van goederen, zakelijke regten en regtsvorderingen op de afgescheidene stukken gronds, zoo als bosschen en andere gemeente-goederen, in die gedeelten van het gebied gelegen, welke van derzelver hoofdplaatsen afgescheiden zijn, het regt van klaauwengang of stoppelweide, van varkens in de bosschen te laten weiden, van koornaren na te lezen, van turfsteken enz., worden in het bezit dier goederen, regten en regtsvorderingen, zoo als dezelve thans bestaan, gehandhaafd.
Echter zullen de nieuwe woonhuizen, die, op de van eene gemeente gescheidene stukken grondgebieds, welke tot den eenen of den anderen Staat overgaan, mogten worden daargesteld, op geene der bedoelde regten aanspraak kunnen maken, blijvende deze uitdrukkelijk en uitsluitend den tegenwoordigen bezitters voorbehouden.
AFDEELING III › Paragraaf
Artikel 39
Artikel 39
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 oktober 1843