Belgie staat, op het gedeelte der grens, beschreven in § 1 van artikel 4, aan Nederland af, te weten:
De perceelen nis. 17, 19, 20, 22 en 23, sectie B, 654, 655, 726, 727, 728, 729, 730 en een gedeelte van het perceel n°. 778, sectie A der gemeente Gemmenich, welke perceelen ten noorden der wegen genaamd Hoogweg en Koeweg, en ten zuiden van den zoogenaamden Ruckweg gelegen zijn.
(Artikel 1, §§ 3, 4 en 5, van het beschrijvend proces-verbaal.)
De perceelen nis. 1 tot 22, sectie B van de gemeente Sippenaeken, gelegen bij de Geul (rivier ten noorden van den Reenweg).
(Artikel 2, § 2, van het beschrijvend proces-verbaal.)
De perceelen nis 1668 tot 1695, 1697, 1699 tot 1704, een klein gedeelte van het perceel n°. 1705 en de perceelen 1844 tot 1852, sectie A van Fouron-le-Comte, gelegen op de beide oevers van de Voeren-beek en tusschen de wegen van Fouron-le-Comte naar Mesch en naar Mouland.
(Artikel 11, § 4, 5 en 6, van het beschrijvend proces-verbaal.)
AFDEELING I › Paragraaf
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 oktober 1843