De krachtens art. 9 door de Nederlandsche Regering voorgeschoten gelden zullen achtereenvolgens verrekend worden met het aandeel van Nederland in het totaal bedrag voor de naasting der spoorwegen van Antwerpen naar den Moerdijk en van Roosendaal naar Breda, met dien verstande, dat dit aandeel nooit meer zal bedragen dan zes millioen gulden.
De Nederlandsche Regering zal aan de Belgische bij halfjaarlijksche termijnen eene rente betalen van 4 pct. van de gelden, die laatstgenoemde Regering nog te ontvangen heeft.
Onmiddellijk na de geheele voltooijing der werken in de artt. 2 en 3 genoemd, zal de afrekening tusschen de beide Regeringen plaats hebben.
Het verschuldigde saldo zal aan de Belgische Regering worden terugbetaald, hetzij op het genoemde tijdstip, hetzij binnen de eerstvolgende vier maanden, en in dit laatste geval met bijbetaling van de renten tegen 4 percent over den verloopen tijd.
Daarentegen zal de Belgische Regering van haar kant gehouden zijn aan de Nederlandsche Regering terug te betalen kapitaal en rente tegen 4 pct., hetgeen deze blijken zou te veel te hebben gestort, ingeval het aandeel van Nederland in het totaal bedrag van den prijs van naasting minder zou beloopen dan zes millioen gulden.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betrekkelijk de verbetering van het Kanaal van Gent naar Terneuzen en het naasten van de spoorweg van Antwerpen naar het Hollandsch Diep, met de zijtak van Roosendaal naar Breda· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 28 april 1880