Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het Kanaal van Gent naar Terneuzen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 maart 1897

De Nederlandsche Regeering verbindt zich bovendien: Om bewesten Terneuzen eene sluis te bouwen met eene voorhaven naar de Schelde en eene verbinding met het kanaal, alsmede de uitwaterings- en inundatiemiddelen, die door de Nederlandsche Regeering, met het oog op de verdediging der vesting Terneuzen, of als gevolg van de aan het kanaal aan te brengen veranderingen, zullen worden gevorderd. Over de verbinding van de sluis met het kanaal zal eene draaibrug worden gebouwd, waarvan de plaats door de Nederlandsche Regeering zal worden vastgesteld. De schutkolk der sluis zal tusschen de sluishoofden eene lengte van 140 M. verkrijgen, en de wijdte der sluis in den dag zal 15,75 M. bedragen. De bovenslagdorpel zal liggen op 1,10 M. en de benedenslagdorpel op minstens 2,12 M. en op hoogstens 2.73 M. beneden de slagdorpels der bestaande Oostsluis te Sas van Gent. De Belgische Regeering zal tusschen de aangegeven grenzen het peil van den benedenslagdorpel bepalen. Zij zal de inrichting van middelen tot mechanische beweging van de nieuwe werken te Terneuzen, alsmede de verlichting daarvan, door middel van electriciteit, kunnen verzoeken. Om te Sluiskil, ter vervanging van de bestaande, eene nieuwe draaibrug te bouwen en er eene wisselplaats voor schepen in te richten. Om te Sas van Gent een nieuwen kanaalarm te graven en daarin te bouwen twee sluishoofden, wijd in den dag 21 M., op een onderlingen afstand van 140 M.; de slagdorpels zullen even diep worden gelegd als de bovenslagdorpel der nieuwe sluis te Terneuzen. Over dezen kanaalarm zal in den weg van Sas van Gent naar Westdorpe eene draaibrug worden gebouwd. Om aan alle bruggen, die krachtens deze overeenkomst over het kanaal van Gent naar Terneuzen worden gebouwd, eene doorvaartwijdte van 21 M. te geven en hun dek zoo hoog te plaatsen als met het oog op de plaatselijke toestanden moge lijk is. Alle te bouwen bruggen zullen door kunstwegen behoorlijk met de bestaande wegen worden verbonden. Om het kanaal te verdiepen tot 1,50 M. beneden de slagdorpels der bestaande Oostsluis te Sas van Gent Om aan de voorhaven naar de Schelde, over eene oppervlakte van ongeveer 7 hectaren, eene diepte te geven van 5 M. beneden laatstgenoemde slagdorpels. Om aan de bochten van het kanaal een straal van ten minste 1000 M. te geven, behalve daar, waar eene bocht met kleiner straal voor eene gemakkelijke vaart niet hinderlijk zal zijn. Om aan al de rechte kanaalvakken van de Nederlandsch-Belgische grens langs den te graven kanaalarm te Sas van Gent tot aan de te Terneuzen te bouwen sluis, eene doorsnede te geven van 350 M2. beneden den waterspiegel. Om den bodem van het kanaal in de bochten eene verbreeding te geven volgens de formule 4 (R—√R2—l2), waarin R voorstelt den straal der bocht, uitgedrukt in meters, en l gelijk is aan 60. Om overal waar de doorsnede van het kanaal beneden den waterspiegel op 350 of meer M2. zal worden gebracht, de kanaalboorden op Nederlandsch grondgebied kunstmatig te verdedigen. Het dwarsprofiel, dat, met wijziging van hetgeen bepaald is in artikel 2 van de overeenkomst van 31 October 1879, het kanaal op Nederlandsch grondgebied zal verkrijgen, evenals de wijze van kunstmatige verdediging der kanaalboorden, zal door de Nederlandsche Regeering, onder voorbehoud van goedkeuring door de Belgische Regeering, worden bepaald. Om over het zijkanaal naar de Passluis eene nieuwe draaibrug van 7 M. door vaartwijdte te bouwen. Om verder alle bijkomende werken te maken, welke gedurende de uitvoering van bovengenoemde werken zullen blijken noodig te zijn, alsmede die werken die ten doel zouden hebben om de bezwaren, voor de scheepvaart aan den afvoer van opper water te Terneuzen verbonden, zooveel mogelijk op te heffen.

Rechtspraak bij dit artikel