Het beheer van ieder der beide afdeelingen zal geheel onafhankelijk van de andere blijven, voor zoo veel betreft de werken die noodig zijn om het water naar den algemeenen boezem der Ligne of Passageule te leiden, gelijk ook, in het algemeen, wat de inwendige belangen van derzelver grondgebied aangaat.
Met dien verstande nogtans, dat geene beletselen zullen mogen worden daargesteld aan den afloop van het water der Belgische afdeeling door de Nederlandsche Groote Jonkvrouw- en Passageule polders; zullende gemelde afdeeling, te allen tijde, al de vereischte werken tot onderhoud der in gemelde polders gelegen watergangen kunnen doen, welke in het belang harer afwatering noodig zijn.
De bruggen, heulen, buizen en watergangen in beide die polders zullen echter niet mogen verwijd worden, zonder toestemming der centrale directie.
AFDEELING V
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Overeenkomst tussen Nederland en België tot regeling van de afwatering van Vlaanderen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1843