Het water der landen en polders van de gemeenten Selzate, Winkel, Wachtebeke, Moerbeke, Kemseke, Stekene en Clinge, zal zonder verhindering naar de waterleidingen en kreken op het Nederlandsch grondgebied blijven sueren, van waar hetzelve, te zijner tijd, naar de zee zal worden afgeleid, door middel der, ingevolge het tractaat van den 5den November ll., te maken werken.
De waterleidingen, sluizen, heulen en andere kunstwerken, gelegen op het Nederlandsch grondgebied en bestemd om het Belgisch water in gemeenschap te brengen met het nieuwe uitwaterings-kanaal, zullen door de zorg van het Nederlandsche gouvernement in eenen goeden staat onderhouden worden.
AFDEELING II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst tussen Nederland en België tot regeling van de afwatering van Vlaanderen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1843