De Nederlandse Minister belast met de zaken van de Waterstaat zal aan de Belgische Minister, die het Bestuur van Bruggen en Wegen (Bestuur der Waterwegen) onder zijn bevoegdheid heeft mededelen, welke Nederlandse hoofdambtenaar door hem met de leiding van en het toezicht op de voorbereiding en uitvoering van de werken is belast. Deze hoofdambtenaar zal met een daartoe door de genoemde Belgische Minister aangewezen hoofdambtenaar regelmatig overleg plegen over alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang, welke zich bij de voorbereiding en uitvoering mochten voordoen. De bedoelde hoofdambtenaren zullen wederzijds de machtigingen ontvangen, welke nodig zijn om een doelmatig overleg en een goede voortgang van de werkzaamheden te verzekeren.
HOOFDSTUK A › TITEL II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 21 december 1961