De Belgische Regeering zal op hare kosten en voor hare rekening eene brug doen bouwen over de Maas bij Maaseyk, ter plaatse van den tegenwoordigen overgang over die rivier. De uitvoering van dat werk zal evenwel afhankelijk zijn van de bewilliging der subsidiën die reeds, zoowel in België als in Nederland, daarvoor zijn toegezegd.
De brug zal, te rekenen van den linkeroever, hebben drie bogen, met metalen bovenbouw, van 48 M. wijdte horizontaal gemeten ter hoogte van den bovenkant der pijlers en twee doorlaatopeningen van 8 M. wijdte gespaard in het rechter landhoofd.
De aanleg van den oprit ter verbinding van den weg naar Roosteren met het bovendek der brug zal eveneens ten laste der Belgische Regeering zijn.
In het midden van de metalen overspanning zal de brug eene vrije hoogte aanbieden van minstens 3 M. tusschen den onderkant van den ligger en den hoogwaterstand van 4 Februari 1850, zijnde 32,30 M. boven het algemeen watervlak van het Koninkrijk België (Ostende's peil) of 30 M. + A. P.)
Voor hoogtewerk wordt aangenomen dat gegroefd in den hardsteen door den waterstaat aangebracht in den oostelijken gevel van het huis van den heer Gelissen te Maaseyk, gemerkt 30.27 M. + A. P. of 32.57 M. boven 't algemeen watervlak van het Koninkrijk België (Ostende's peil).
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, ter regeling der voorwaarden voor de bouw en het onderhoud van een brug over de Maas bij Maaseyk· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 27 september 1886