De aanneemsom der werken zal door de beide Regeringen betaald worden, in evenredigheid van de waarde der landen die op elks grondgebied zullen bedijkt worden.
Deze waarde bedraagt volgens de daarvan gedane schatting:
voor Nederland 517 645,88 franken, overeenkomende met 244 587,925 gulden;
voor Belgie 1 749 146,56 franken, overeenkomende met 826 472,575 gulden.
Het door elke Regering te dragen aandeel zal vermeerderd of verminderd worden met het naar dienzelfden maatstaf te verdeelen bedrag der bijbetalingen of kortingen op de aanneemsom, die mogten voortvloeijen uit de toepassing der bepalingen van het bestek, dat op deze aanneming betrekking heeft.
De genoemde aandeelen zullen bovendien vermeerderd worden met de in diezelfde evenredigheid te verdeelen kosten van toezigt op de uitvoering der werken.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de indijking van het Zwin· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 januari 1873