Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de indijking van het Zwin· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 januari 1873

Ten aanzien van het toezigt op en het onderhoud van den internationalen zeedijk, die in den mond van het Zwin zal gelegd worden, en ten opzigte van het beheer van den nieuwen polder, die door de bedijking van dezen ouden zeearm zal ontstaan, zijn de contracterende Partijen het navolgende overeengekomen: dat de Nederlandsche Regering en de Belgische Regering of hunne regtverkrijgenden zullen beheeren en onderhouden, elk ten zijnen laste en koste, het gedeelte van den zeedijk, benevens de kunstwerken, de kaden, die het Nederlandsche en Belgische polderwater scheiden, en de wegen, die op hun grondgebied zijn gelegen en deel zullen uitmaken van de bedijking van het Zwin; dat elke der beide contracterende Partijen zich verbindt het op haar grondgebied gelegen deel der gemaakte dijken in behoorlijk zeewerenden toestand en minstens onder het nà de internationale bedijking opgeleverd profil, benevens de kunstwerken, de kaden die het polderwater der beide Staten scheiden en de wegen in voor het doel bruikbaren staat naar behooren te onderhouden of door hunne regtverkrijgenden te doen onderhouden; dat de Nederlandsche Regering het regt zal hebben op een door haar te kiezen tijdstip, ten haren koste, de tijdelijke uitwateringsluis onder den zeedijk op haar gebied geheel of gedeeltelijk af te breken en in elk geval den internationalen zeedijk op dit punt waterdigt te sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel