Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen tot regeling van de indijking van de Dollard· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 maart 1875

In het belang zoowel van de Koninklijk Pruissische als van de Nederlandsche aanwassen of kwelders in den Dollard, verpligt zich de Staat der Nederlanden om, op zijn gebied in den Dollard, ongeveer in de nabijheid van grenssteen n°. 203a, eene nieuwe scheepvaartsluis te bouwen. Aan de Koninklijk Pruissische Regering wordt toegestaan aan den van deze sluis tot de Nederlandsch-Pruissische grens te maken verbindingsdijk aan te sluiten met den polderdijk, welke bestemd is om de vóór den Heinitz-polder liggenden aanwas of kwelder in te dijken, en tot welker aanleg zich de Koninklijk Pruissische Regering gelijktijdig verpligt. Aan de gemeente Groningen is de indijking reeds vergund van hare vóór den stadspolder, westwaarts van de door den Staat der Nederlanden te bouwen scheepvaartsluis gelegen kwelders, en de Nederlandsche Regering zal ook daar de aansluiting vergunnen. Deze werken zullen gelijktijdig uitgevoerd worden. Het namens de Nederlandsche en Koninklijk Pruissische Regeringen overeengekomen ontwerp van gemeenschappelijke indijking is dat, hetwelk aan de ontwerp-overeenkomst van 12/13 Januarij 1874 gehecht en door de wederzijdsche Commissarissen onderteekend is. Het wordt, bij deze, door de beide betrokkene Regeringen goedgekeurd, terwijl omtrent de uitvoering het volgende wordt vastgesteld:

Rechtspraak bij dit artikel