De fabriekanten van Eupen, van het voormalig bestuur de vergunning bekomen hebbende, zekere greppels en sloten, in dat bosch tusschen de Helle en de Soure gelegen, uit te diepen en te reinigen, om, door dit middel, de hoeveelheid waters der Helle, en dienvolgens van de Vesdre, eene rivier waarop alle hunne werkplaatsen gelegen zijn, te vermeerderen, zoo is men overeengekomen, dat die gemeente of hare fabriekanten in dit gebruik gehandhaafd zullen worden, en dat zij zullen kunnen voortgaan met het uitdiepen en ophalen der tegenwoordig bestaande greppels en sloten; zonder dat echter dit gebruik gelijk gesteld kan worden met de bijzondere regten, wier behoud, bij het onderstaande 30ste art. bedongen is; maar zich zal moeten beperken tot eene eenvoudige toelating, welke door de Regering der Nederlanden herroepen kan worden, wanneer haar het daarzijn dezer greppels of sloten, of de uitdieping er van, voor de exploitatie van het bosch, of voor hare verbeteringsontwerpen, schadelijk mogt voorkomen. Dergelijke werken zullen zelfs niet vermogen begonnen te worden, dan na alvorens daarvan te hebben verwittigd de beambten der houtvesterij, onder wier beheer en toevoorzigt zij zullen worden verrigt.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1816